‘Ik kies nooit voor de veilige weg’

Interview Elegance, Januari / Februari 2010

Tekst: Marion Florusse    -   Fotografie: Femke Reyerman

Deze maand schittert de Canadees-Nederlandse coloratuursopraan Barbara Hannigan in het Amsterdamse Muziekgebouw aan het IJ met een lofzang op de vogel.

Voor Hannigan is zingen de ultieme vorm van communiceren, maar de 38-jarige ster leeft niet voor haar vak. Met haar grote liefde, regisseur Gijs de Lange, woont ze op een roze wolk.

Barbara Hannigan verheugt zich op de productie Kwam een vogel gevlogen die op 28 januari in première gaat in het Amsterdamse Muziekgebouw aan het IJ. Ze zingt teksten van Cherry Duyns en gedichten van Ida Gerhardt op composities van Bart Visman en David Dramm.

Lees verder >>

 

   Opern-Stunde vor Publikum

Erst plauderten zwei: Generalmusikdirektor Jac van Steen mit Opern-Star Barbara Hannigan. Zwei Stühle, zwei Mikros, eine kleine Bühne im Opernhaus-Foyer. Danach sang eine: Judith Hoffmann, Nachwuchs-Sopranistin ganz ohne Mikro, unterrichtet von Barbara Hannigan.

Opern-Stunde vor Publikum - genannt „Masterclass”. Erstmals in Dortmund.

Zunächst also 30 Minuten Interview mit der Sopranistin, die nach Engagements in London, Paris, New York dem 1. Philharmonischen Konzert heute ihre Stimme leiht. Wie das sei mit einem Top-Komponisten eng zusammen zu arbeiten, wollte van Steen wissen. Er meint Henri Dutilleux, großer Fan der Sopranistin.

Ein großer Vorteil sei das, so Hannigan, wähle der 93-Jährige doch zum Teil Töne extra für sie, schreibt ihr Kompositionen quasi auf die Stimme. Während Hannigan das erzählt, bewegt sie ihre Hand halb geöffnet so sanft, als ob sie gerade Dutilleux singt. „Bei einem Mozart kann man nicht einfach eine andere Note singen.”

Gleich kehren sich die Rollen um

Im Publikum lauscht gebannt Sopranistin Judith Hoffmann. Gleich sollen sich die Rollen umkehren. „Nach einer Minute kennt Barbara die Judith und die junge Dame sich selbst vielleicht ein wenig besser”, kündigt van Steen an. Fünf Minuten für die Arie der Ann Truelove aus Strawinskys „The Rake's Progress”. Jetzt steht Hannigan im Publikum, bewegt die Lippen, macht sich Notizen. Folkwang-Absolventin Hoffmann auf der Bühne: Ausdrucksstark, klangschön, tolle Darbietung, Applaus.

Darbietung zerpflückt

Doch Opern-Star Hannigan macht sie noch besser. Erste Anmerkung gleich beim zweiten Wort: Das „d” soll sie betonen, sie hatte es fast stumm herausgebracht. Fünf Versuche und der Treffer. „Breath” („Atme”) ruft die Lehrerin jetzt öfter. Wo man atmet, ist ganz entscheidend. Hannigan zerpflückt die Darbietung gnadenlos. Die Fünf-Minuten Arie zieht sich über 25 Minuten. „Da musst Du enger singen”, fachsimpelt sie einmal. Das Ergebnis findet auch das gerade 20-köpfige Publikum verblüffend. „Klingt kompakter”, sagt eine Dame. So muss es sein: nicht laut, sondern kompakt, damit die Töne in Reihe 25 ankommen.

Andreas Graw
13.09.2009
Der Westen
Foto: Franz Luthe
 


   Barbara Hannigan: la dominatrice et la bonne musique

Le quatrième festival international Montréal/Nouvelles musiques se déroule jusqu'au 1er mars. Le thème: Mythes et légendes. Une trentaine de conférences, classes de maîtres et concerts sont proposés, incluant la soirée Hauts-Voltiges avec la soprano canadienne Barbara Hannigan.

Une rencontre inattendue entre le classique contemporain, le rock progressif et la vidéo psychédélique. As-tu vu mon site web? demande l'élégante soprano d'un ton affable et posé. Une photo me montre avec une perruque noire, un costume de dominatrice et un fouet. C'est ce que je vais porter à Montréal.

D'accord.

Barbara Hannigan participera à la soirée Hauts-Voltages jeudi prochain. Elle chantera et dirigera Mysteries of the Macabre - des arias extraits de Le Grand Macabre de György Ligeti. L'opéra s'inspire d'une pièce de théâtre de Michel de Ghelderode. À la fois tragique et absurde, il ironise sur la mort, les dictateurs et leurs horreurs insensées. Hannigan compare l'adaptation de Ligeti à «du Rossini revisité en cartoon japonais avant-gardiste.

C'est devenu son oeuvre signature. Elle l'a interprétée une vingtaine de fois depuis 2001, y compris la semaine dernière à Bruxelles. C'est là que nous l'avons jointe pour l'interview.

J'incarne Gepopo, une chef de police de style KGB, explique-t-elle. Je sombre dans la paranoïa et l'hystérie. Depuis des années, je préviens la population de catastrophes imminentes, qui n'arrivent finalement jamais. Puis pour une fois, j'ai raison. Une comète se dirige vers la Terre. Elle nous décimera tous. Je veux prévenir la population, mais personne ne me croit, ce qui me rend encore plus hystérique.

L'oeuvre très contemporaine mêle l'anglais aux soliloques déments. Plus Gepopo panique, plus elle échappe des mots insensés. Hannigan compare son rôle virtuose à «une Reine de la nuit (personnage de La flûte enchantée de Mozart) dopée aux amphétamines. Non seulement la Néo-Écossaise installée à Amsterdam chantera ces notes délurées, mais elle dirigera en plus l'orchestre. Je sais, c'est un immense défi, surtout pour ma première performance à vie à Montréal.

Cyberpresse.ca
Photo fournie par la production
21 février 2009
 

Paul Journet
La Presse

 

   Nabeschouwing NSvK-concert 6 november 2008:

Barbara Hannigan (sopraan) en Reinbert de Leeuw (piano) met liederen van Arnold Schönberg, Anton Webern, Alban Berg, Alexander Zemlinsky, Alma Schindler-Mahler en Hugo Wolf.

In de 19e eeuw ontwikkelde in het Duitse taalgebied de liederenavond zich tot vertier van de gegoede burgerij. Een mooie en aansprekende melodie voor vriendelijke gedichten over de natuur of de liefde, voorgedragen door de menselijke stem en een of meerdere muziekinstrumenten, moest de toehoorders in hun romantische gevoelens prikkelen en tegelijk bevestigen in hun sociale rol. Schubert, Schumann, Mendelssohn en Brahms waren de gevierde componisten van dit genre.

Hoe anders verging het het publiek van de Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek op donderdagavond 6 november 2008, dat onmiddellijk werd geconfronteerd met componisten uit de zogeheten Tweede Weense School, die Jugendstil-gedichten vol erotiek, nevels, nachten en doodsverlangen vorm gaven in een nieuw muzikaal idioom en aldus wilden breken met de muzikale en sociale traditie van het lied. Voor de pauze waren Schönberg, Webern en Berg te horen, terwijl na de pauze de opmaat voor deze vernieuwers aan bod kwam in werk van Zemlinsky, Alma Mahler en Wolf.

Het Nijmeegs publiek had zich echter niet laten afschrikken en was massaal komen luisteren naar de vertolking door de befaamde Canadese sopraan Barbara Hannigan en de nationale kampioen van de hedendaagse muziek, de pianist Reinbert de Leeuw. Slechts voor enkele bezoekers was de confrontatie met deze indertijd – inmiddels 100 jaar geleden! – revolutionaire muziek van Schönberg c.s. te veel, zoals ooit voor het merendeel van het door walsen en operettes gevormde Weense publiek in de nadagen van het Habsburgse Rijk. Zij slopen weg uit de zaal, die verder door het al weer modern-klassieke repertoire en hun vertolkers in diepe stilte werd geboeid. Het bestuur van de Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek zag hiermee een oud dispuut over de invulling van de serie concerten eens te meer beslist. Zang wordt gewaardeerd als onderdeel van een serie kamermuziek.

Het optreden van de sopraan Barbara Hannigan werd door het publiek na afloop terecht bejubeld. Deze sopraan beschikt, naast een goede dictie, over een formidabel strakke stem die glashelder noten kan aanhouden zonder enige vervorming en soepel genoeg is om de bepaald niet gemakkelijke toonwisselingen en ritmische verschuivingen in het werk Schonberg c.s. te kunnen pareren. Haar lichte stem, soms wat kil aandoend, bleek bijzonder geschikt voor het repertoire dat deze avond met name voor de pauze ten gehore werd gebracht.

Zij wist de verschillende stemmingen in de liederen goed te raken, al waren die soms muzikaal lastig verpakt. Zo behoren de liederen van Arnold Schönberg (opus 2, 1899) dan wel tot de klassiek-romantische periode van deze componist, maar getuigen toch ook van zijn wil om de burgerlijke traditie van het lied te verlaten en met de tonaliteit te breken. Barbara Hannigan wist hier wel weg mee, door zowel de duistere en erotische bedoelingen in het lied “Erwartung” te suggereren als in het tweede lied de gedachte aan de geliefde in bad de vrije teugel te geven.

Het slot van het vierde lied “Waldsonne”, waar bij een naspel door de piano gemijmerd werd over een klein lichtje in de nacht, werd door Reinbert de Leeuw superieur vertolkt. Hier bleek zijn ingehouden techniek en timing een sfeer van nachtelijke weemoed op te roepen, die de inhoud van het gedicht zeer nabij komt. Beide artiesten hebben daarbij voor mij persoonlijk een nieuwe standaard voor deze liederen van Schönberg gezet, die bij mij tot op heden bepaald was door Ellen Faull (sopraan) en Glenn Gould (piano) op LP in een CBS-album: Arnold Schönberg, Sämtliche Lieder für Gesang und Klavier (1972).

Bij Anton Webern (Vijf liederen naar gedichten van Richard Dehmel, 1906-1908) stond de zangeres voor het grote probleem de steeds onderbroken zanglijn vast te houden, daarbij niet gesteund door de piano. Voor Barbara Hannigan was dit de meesterproef. Zeker in het tweede lied, “Am Ufer”, gaf zij een fraaie expositie van haar kunnen om de merkwaardige toonvolgorde binnen een aangehouden woord weer te geven. Hier bleek haar stem bij uitstek geschikt voor deze bepaald niet toegankelijke liederen op symbolistische en nogal gezwollen teksten.

Ondanks de lichtheid van haar stem wist de zangeres de door Webern beoogde expressie te bereiken. Haar uitdrukking van weemoed in het slot van het lied “Helle Nacht”, waar de droom in wegstervende noten wordt bezongen, zal ik niet licht vergeten. Met de opvatting van de pianist bij deze liederen had ik evenwel moeite. Reinbert de Leeuw is zonder meer een grootheid in kennis van het hedendaagse repertoire. Aan de andere kant geldt hij ook als dogmatisch bij de vertolking ervan en wellicht was dat deze avond te horen bij de begeleiding van de liederen van Webern. Die liederen zijn zeer tegendraads gecomponeerd, waarbij piano en stem ieder een eigen kant op lijken te gaan.

Reinbert de Leeuw speelde “klein”, met veel pedaalgebruik om te dempen. Hij deed dat kennelijk om zich aan te passen aan de lichte stem van de sopraan en bereikte daarmee een heel ander effect dan indertijd Rudolf Jansen in de begeleiding van Dorothy Dorow (“Webern Lieder”, First Recording, Etcetera album, 2 LP, 1986). Daar is het ruimere pianospel van Rudolf Jansen afgestemd op de wat bredere en ook warmere stem van de zangeres, die daardoor beter werd ingepast in de klankkleur vanuit de piano, waardoor er meer eenheid wordt gesuggereerd. Verder niets dan lof voor het spel van Reinbert de Leeuw, die vooral na de pauze – met name in de Mignon-liederen van Hugo Wolf – voluit toonde hoe hij spanningen en ontladingen kon vertolken of donkere gevoelens liet raden.

Bij Alban Berg (“Sieben frühe Lieder”, 1905-1908 geschreven en in 1928 verzameld) wist Barbara Hannigan de wisseling tussen lyrische intimiteit en geëxalteerde en erotische dramatiek goed te vatten, al gingen er wat syllaben verloren. Bovendien werd hier soms de inhoud van het gedicht door haar interpretatie geweld aangedaan. In het tweede lied “Schilflied” (“Auf geheimen Waldespfade”) wordt in de tweede strofe flink geweend (dat komt in de gedichten die de Tweede Weense School koos nogal eens voor), daartoe aangezet door het ruisen van het riet dat “klaget” en “flüstert”.

Zowel de piano als de zangeres gingen hier “forte”, een vreemde gewaarwording voor wie vertrouwd is met de fluisterende rietklanken van Anne Sofie von Otter en Bengt Forsberg (piano) op een CD uit 1994 (met de zeven vroege liederen van Berg en verder liederen van Erich Korngold en Richard Strauss, DGG 437 515-2). Maar wie Barbara Hannigan in het lied “Traumgekrönt” (gedicht van Rilke) het slotwoord “Nacht” strak en vol melancholie lang hoorde aanhouden en doen wegsterven, wist dat de geliefden in dit lied onontkoombaar in het wafelijzer van hun hartstocht zacht waren gesmoord (“Du kamst, und leis’ wie eine Märchenweise erklang die Nacht”).

Algemeen moet worden gezegd dat de meeste liederen op deze avond veel kommer, kwel, liefdesverdriet en nachtelijke melancholie bevatten. Een zekere eentonigheid was daarvan het gevolg. Een van de toehoorders heeft mij er op gewezen dat een goede combinatie mogelijk was geweest met liederen van Franse tijdgenoten rond 1900 als Chausson, Debussy en Hahn, die minder met de typisch Duitse thematiek van dood en vergankelijkheid worstelden.

Een geheel Franse liederenavond zou nu wellicht het beste antidotum zijn om het lijden aan het leven te vergeten, aldus onze gezamenlijke suggestie aan het bestuur van de Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek voor de naaste toekomst. Aan de andere kant was er ook innige tevredenheid over deze confrontatie met het lied uit de Tweede Weense School te vinden. Een muzikaal betrokken student zei in de pauze tegen mij dat hij het betreurde dat hij niet ruim 100 jaar eerder was geboren in Wenen en de muziek van Schönberg c.s. direct had kunnen ervaren als revolutionair. De jongeman had genoten, maar vond de gehoorde muziek, na de muzikale stromingen uit de 20e eeuw, al wat uit de oude doos.

Minder revolutionair was het programma na de pauze. Alexander Zemlinsky streefde er naar, vanuit de traditie van Schumann en Brahms, om in zijn liederen teksten en muzikaal idioom te verbinden tot een geheel, al kreeg onder invloed van Wagner de piano bij hem een bijna orkestrale positie toegewezen en werd de stem tot een soort declamatiestijl teruggedrongen. Zemlinsky hield wel vast aan de tonaliteit, maar holde die door fantasievolle harmonieën uit. Vandaar zijn goede betrekkingen met zijn leerling en zwager Schönberg en met Berg en Webern. Hij was de wegbereider voor hun verdere muzikale verkenningen. Dat was goed te beluisteren in de wijze waarop Reinbert de Leeuw de pianopartij bij de gekozen liederen uit de periode 1895-1898 behandelde en breeduit toonzette.

Barbara Hannigan vertolkte hier perfect de lichte stemming van het voorjaar (“Frühlingstag”), maar zij wist ook de fonkelende sterren in “Entbietung” te doen gloeien. Zemlinsky was de leermeester van Alma Schindler-Mahler en dat is te horen. Haar liederen uit haar jonge en ambitieuze jaren pogen de duistere sfeer van nevelige landschappen, donkere nachten en verzengende liefde in de gekozen gedichten te verklanken door composities vol onverwachte dissonanten, wisselende ritmen en sobere melodielijnen, die door het tweetal op deze avond moeiteloos over het voetlicht werden gebracht. Op CD heeft de mezzo-sopraan Angelika Kirschschlager, begeleid door Helmut Deutsch (piano), voor Sony liederen van Alma Schindler-Mahler, samen met liederen van Erich Korngold en Gustav Mahler, opgenomen, te vinden onder nr. SK 68344. Men krijgt bij de vergelijking van de drie stijlen op deze CD een goede indruk van haar inventiviteit.  

Het was Hugo Wolf die als liederencomponist de Mignon-gedichten van Goethe het best heeft verklankt (zie hieronder de CD: Mignon-Vertonungen). De componist was bezeten van een demonische scheppingsdrift, die zocht naar de heilige graal van het lied: het perfect samenvallen van muzikale sfeer en inhoud van het gedicht. Zolang dat nog niet bereikt was, moest de weg er heen als doel van de rusteloze ziel worden beschouwd. Daarmee kwam Wolf, een genie dat uiteindelijk in vertwijfeling zou wegzakken in een gesticht, overeen met de figuur van Mignon zelf. Mignon is immers bij Goethe de emotionele kant van de persoon - half engel, half demon - die Wilhelm Meister (de ratio) als een hond volgt en tegelijk meetrekt.

Mignon vertolkt symbolisch de “Weltschmerz” en het verlangen naar geluk (het Zuiden) en onschuld. In de liederen van Wolf is dit gemakkelijk te volgen. De muziek van Wolf is vol expressie; de pianopartij loopt parallel met de tekst in diepte van gevoelens en stemmingen. In het eerste lied is de geslotenheid in de sobere partijen van stem en piano de uitdrukking van het demonische, waarna in het tweede lied de onrust in de ziel in de chromatiek is verklankt. In het derde lied geeft de zelfstandige partij van de piano uiting aan de nauwelijks te bevatten beschrijving van de schijn van Mignon, van wie de ware aard naar boven komt in de strofe met de uitbarstingen – aan Wagner ontleend – met de roep om verlossing: “Dahin geht unser Weg”.

“Kennst du das Land” is zeker één van de bekendste liederen van Wolf geworden, vol melodische, ritmische en harmonische verrassingen. Barbara Hannigan en Reinbert de Leeuw wisten de emotionele stemmingen en climaxen in dit lied meesterlijk te vertolken. De zangeres vertelde na afloop dat zij bij dit lied bewust haar hoofd naar boven had gericht en heen en weer had bewogen om bij de luide passages ten volle profijt te trekken van de voor haar verrassend goede akoestiek van de zaal. De Mignon-liederen van Wolf vormden aldus de apotheose van een bijzondere avond en van een muzikaal avontuur, waarbij de twee artiesten ons uitstekend de weg hebben gewezen.

P.S.: De Mignon-liederen van Hugo Wolf zijn op CD te vinden in vertolkingen door:  Elisabeth Schwarzkopf (sopraan) en Gerald Moore (piano), een onlangs verschenen heruitgave van Wolf-liederen bij EMI-Classics (2 CD’s, nr. 0946 3 80040 2); Ulrike Sonntag (sopraan) en Gisela Andreas (piano), Mignon-Vertonungen. Von Franz Schubert, Robert Schumann, Hugo Wolf, Placet-CD uit 1990, nr. 12; Christine Brewer (sopraan) en Roger Vignoles (piano), Songs by Wagner, Wolf, Britten and John Carter, Wigmore Hall Live 8 sept. 2007 (nr. WHLive022).

Copyright: Melchior Bogaarts
Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek (NsvK)

bogaa308@planet.nl
 

 

   Barbara Hannigan

Renowned Canadian soprano, Barbara Hannigan, will be performing with the Schönberg Ensemble for the Melbourne International Arts Festival on October 10 in the Hamer Hall. She spoke to Australian Stage’s Olympia Bowman-Derrick about her passion for contemporary music.

You completed your Master of Music under the tuition of Mary Morrison, at the University of Toronto in 1998. Can you reflect on her role in developing your voice? What elements of your vocal training have shaped the performer you are today?

Mary Morrison is one of Canada’s best known voice teachers, and is also known for her commitment to contemporary music. She taught me a solid classical technique, encouraged me to explore all kinds of music, and to LISTEN to as much as possible… to OPEN MY EARS!

I have worked with other teachers who had a great influence on me as well – theatre, dance and movement, percussion, piano and even composition. All these factors have helped me to understand a little better how to bring out my voice and physical qualities into performing opera, or concert music.

Your repertoire is extensive and varied – encompassing the timeless works of Mozart, to the twentieth century works of Stravinsky, and, for example, contemporary works by Alexina Louie titled, Toothpaste, and Burnt Toast – I’m sooo over you. Do you have a favourite style or piece?

One of my favorite pieces to perform is the Ligeti Mysteries of the Macabre, as the audience will quickly understand once they see it in Melbourne. I do not have ONE favourite piece – often my favourite piece is the one I am working on TODAY.

The contemporary works you mention above by Alexina Louie were very fast forays into the unknown genre of mini-opera composed for film. It was certainly fun, but I prefer the LIVE music experience – the onstage collaboration with colleagues for the live audience. I have had the privilege to work with composers like Jan van de Putte, whose work I’ll be singing in Melbourne; our collaboration over the years has been so enjoyable and artistically inspiring.

Reviews consistently refer not only to your technical skill, but also to your emotional range and passionately nuanced performances. How do you prepare for a role, especially a new and demanding one?

My preparation involves a lot of work away from the piano and without singing. That is to say, research, translation, quiet study, and searching for depth. I have memorized whole sections of operas before I even sang a note, therefore saving my voice to work on it once I knew where the music was going!

I try to understand what the composer, of any era, is trying to convey – first of all in a harmonic sense, then in a dramatic way, working through the text, and the way the composer set it within the harmonic structure of the piece. Of course it’s impossible to do this without my own personality or preferences (or weaknesses!) coming through, but I try to be a channel for what the composer wrote!I have memorized whole sections of operas before I even sang a note, saving my voice to work on it once I knew where the music was going!

In the Melbourne International Arts Festival, you are performing with the Schönberg Ensemble – described as, ‘one of the most radical classical musical groups of the time’, because of  their emphasis on the performance of bold contemporary works by composers such as Arnold Schönberg, Alban Berg and Anton Webern. What excites you about 20th and 21st century composition?

First of all, it is always a great pleasure to work with the Schönberg Ensemble, and with their conductor Reinbert de Leeuw. He has been a great mentor for me these past years, and his feeling for music has influenced mine very much.

I appreciate all kinds of music, from all genres, but singing new or recent compositions is always a great adventure, and allows me to explore my vocal and artistic possibilities in a special way, because there is little precedent for HOW the piece should be performed. Of course, it should follow the score, if the composer has the skill to notate his/her wishes, but, for example, doing contemporary opera is really unknown territory, and can be an exhilarating experience to develop a work from paper to stage for the first time.

You will be performing Jan van de Putte’s Uma Só Divina Linha, and György Ligeti’s Mysteries of the Macabre under the direction of Reinbert de Leeuw. What should Melbournian audiences expect – and look forward to?

I hope the audiences in Melbourne can arrive with open ears and an open mind… no expectations, except that they will hear MUSIC !

Olympia Bowman-Derrick
Australian Stage Online
24 September 2008

 

Pascal Dusapin

Opéra
Livret du compositeur (avec la collaboration de Rita de Letteriis)
Création mondiale
Commande du Festival d'Aix-en-Provence
Durée : 90 min sans entracte
Direction musicale Franck Ollu
Mise en scène et scénographie Giuseppe Frigeni
Costumes Amélie Haas
Lumière Dominique Bruguière
Dispositif électroacoustique Thierry Coduys
LEI Barbara Hannigan

LUI Georg Nigl

GLI ALTRI Ensemble Musicatreize (Direction Roland Hayrabedian)
Orchestre Ensemble Modern Frankfurt
Clavecin Ueli Wiget
Production / Coproduction
Nouvelle production
Coproduction Grand Théâtre de Luxembourg et Opéra de Rouen Haute Normandie
Édition Salabert (UniversalMusic Publishing Group)

«Je te regarde, ô mon soleil, je ne te reconnais plus.»
LEI, Passion 7

«Nous connaissons bien cette histoire. LEI et LUI traversent le ravissement, la plainte, le doute, le désir, la colère, la crainte, l'effroi, la joie et bien d'autres passions. L'ombre et la lune regardent la scène, où langage et musique naissent d'une même inflexion. Cela rappelle un peu l'histoire d'Orphée et d'Eurydice. C'est aussi la nôtre, et pourtant elle s'échappe. Nous ne la connaissions pas tout à fait…» Dans son nouvel opéra, Pascal Dusapin s'inspire des procédés de l'art baroque pour tendre un miroir à notre condition moderne.

 

   Knorren blijkt hondsmoeilijk

De sopraan Barbara Hannigan gaat zich aan het jodelen wagen in het melodramatische concerto In the Alps.‘Als ik alleen standaardrepertoire zou doen, zou ik gek worden.’

Aboriginals, indianen en de Alpenbewoners jodelen, en vanaf vrijdag voegt de ‘operagirl’ zich in dit rijtje. Dan gaat de gevierde sopraan Barbara Hannigan als Heidi, queen of the mountain jodelen in het melodramatische concerto In the Alps.

Het stuk waar low culture high culture ontmoet, is een eigen initiatief van de klassiek geschoolde sopraan. Inspiratiebron vormde het ‘hilarische’ cultalbum van Mary Schneider, waarop deze ‘Australische jodelkoningin’ klassiekers van Beethoven en Strauss jodelt.

Nu, 5 jaar later, jodelt de in Amsterdam woonachtige Canadese zelf in een stuk dat componist Richard Ayres op verzoek voor haar componeerde, uitgevoerd door het Nederlands Blazers Ensemble. Hannigan heeft enorm veel voorpret. ‘Mocht mijn carrière mislukken, dan kan ik altijd nog de Mary Schneider van Nederland worden. En jodelen is ook heel goed voor feestjes.’

.......lees verder >>

 

   "Write me a yodel concerto, so I can ruin my voice,"

Een koe kan het, Johnny Weismuller deed het in al zijn Tarzanfilms, de
groep Focus scoorde er in de jaren zeventig een megahit mee, pygmeeënstammen in Afrika doen het al sinds mensenheugenis, alsmede de Sami in Fins Lapland.

De Australische Mary Schneider en de Nederlandse Olga Lowina bouwden er een succesvolle carrière mee op. De Amerikaanse countrymuziek is ervan vergeven. En als je in Zwitserland, Oostenrijk of Duitsland de televisie aanzet, hoor je het vaker dan je lief is: jodelen.

Niet iedereen houdt ervan. In A tramp abroad (1880) beschrijft Mark Twain, op reis door Europa, hoe hij in Tirol een groep jodelaars inhuurt voor een franc de man met de vraag even een paar uur niet te jodelen.

Er zijn ook mensen die erg van jodelen houden. Omdat jodelen grappig is, of fascinerend, of allebei. Zo iemand is de Amsterdammer Bart Plantenga, samensteller van de Rough guide to yodel en schrijver van het standaardwerk Yodel-ay-ee-oooo: The secret history of yodeling around the world (2004).

Zo iemand is ook de Canadese sopraan Barbara Hannigan, voor wie componist Richard Ayres de opera In the Alps schreef, waarin het jodelen tot in het absurde wordt doorgedreven.


.......lees verder >>

 

   Einfach auβerordentlich

Die Kanadische Sopranistin Barbara Hannigan verfügt über gleich mehrere seltene Gaben

Berliner Philharmoniker
das magazin
Januar-Februar 2007

Auf dem Globus, wie man ihn auch dreht und wendet, findet sich der Ort nicht. Ist aber eigentlich auch kein Wunder. Waverley zählt nicht wirklich zu den Metropolen der Welt. 500 Seelen haben dort ihr Zuhause: an der Küste von Nova Scotia, Kanada. Und doch gibt es eine Verbindung zwischen der groβen weiten Welt und diesem pittoresken, von den Errungenschaften der Zivilisationsgesellschaft noch weitgehend unberuhrten Ort, wo die Hausturen noch nicht abgeschlossen werden. Es ist das Radio. Und am selbigen kleben zuweilen die Ohren vieler Einwohner von Waverley, gespitzt wie ein neuer Bleistift, und, das versteht sich von selbst, ein bisschen stolz. Denn die, deren Stimme fiber den Ather zu ihnen hinüberschallt, ist eine von ihnen, die hier, in Waverley, einst im Chor gesungen und diesen Chor vom Klavier aus begleitet hat.

> > > > >
Weiter lesen

 

   'Ik ging slapen met de partituur op bed' 

Erik Voermans
© 2007 Het Parool  
19 januari 2007

Coloratuursopraan Barbara Hannigan is de muze van vele componisten: voor haar lijken geen technische beperkingen te bestaan. Zaterdag zingt ze in het Concertgebouw een topstuk in het genre: Ligeti’sMysteries of the Macabre. Thuis draaiden we vroeger John Denver.’

Wie de Canadese sopraan Barbara Hannigan ooit aan het werk heeft gezien in Michel van der Aa’s kameropera One, in Louis Andriessens opera Writing to Vermeer of in György Ligeti’s absurd-hilarische, waanzinnige spektakelstuk Mysteries of the Macabre, kan slechts door één gedachte zijn bevangen: hoe is het in vredesnaam mogelijk dat een vrouw van vlees en bloed dít kan zingen ?

> > > > > Lees verder

 

   ‘Het is een kwestie van fysiek geheugen’

Door Henriëtte Posthuma de Boer

Haar repertoire reikt van Bach tot Britten en Berio, van Lully tot Ligeti en Luigo Nono. Ook de muziek van Pierre Boulez is haar niet vreemd: twee jaar geleden zong zij in Dortmund Le visage nuptial. Maar zijn Pli selon pli, dat zij op 5 juni met het Schönberg Ensemble zal vertolken, bezorgt haar slapeloze nachten. ‘Als ik vier maten per dag kan leren, ben ik al tevreden.’  

Barbara Hannigan is net terug van uit Finland, waar zij met het Oslo Philharmonisch Orkest Dutilleux’s Correspondences uitvoerde. Nu wijdt zij zich in haar huisje in de Amsterdamse Jordaan aan haar recitalprogramma met Reinbert de Leeuw – liederen uit de periode tussen 1896 en 1908 – en aan Boulez’ grillige partituur.

> > > > > Lees verder