‘Het is een kwestie van fysiek geheugen’
Haar repertoire reikt van Bach tot Britten en Berio, van Lully tot Ligeti en Luigo Nono. Ook de muziek van Pierre Boulez is haar niet vreemd: twee jaar geleden zong zij in Dortmund Le visage nuptial. Maar zijn Pli selon pli, dat zij op 5 juni met het Schönberg Ensemble zal vertolken, bezorgt haar slapeloze nachten. ‘Als ik vier maten per dag kan leren, ben ik al tevreden.’
Barbara Hannigan is net terug van uit Finland, waar zij met het Oslo Philharmonisch Orkest Dutilleux’s Correspondences uitvoerde. Nu wijdt zij zich in haar huisje in de Amsterdamse Jordaan aan haar recitalprogramma met Reinbert de Leeuw – liederen uit de periode tussen 1896 en 1908 – en aan Boulez’ grillige partituur.
‘Reinbert en ik hebben het er moeilijk mee’, verzucht ze, ‘dit recital is zo mooi, zo romantisch, en Pli selon pli is zo volkomen anders, zo heel moeilijk ook om te leren. Ik had het stuk jaren geleden gehoord in Londen, onder leiding van Boulez zelf, en ik vond het prachtig, een meesterwerk. Dus toen het Schönberg Ensemble me daarvoor vroeg dacht ik: ja! Maar pas als ik het gevoel heb dat ik met mijn vertolking recht doe aan het stuk, zal ik het op zijn ware kwaliteit kunnen beoordelen.
De harmonische taal is zo vreemd, en Boulez schrijft zulke onmogelijke versieringen, heel snel, tegen het ritme van de muziek in, terwijl ze daar toch in moeten passen en allemaal raak moeten zijn. Als ik vier maten per dag kan leren, ben ik al tevreden. Het is kwestie van fysiek geheugen: het zit in mijn keel, tong, gehemelte, borst, overal. Ook je ademhaling onthoudt het. Dit soort muziek kun je niet lezend interpreteren, je kunt niet denken: oh, dat is een d, dat een f, dat een fis. Als ik naar de noten kijk denk ik: hè?
Maar ik doe mijn mond open, begin te zingen en alle noten vallen op hun plaats. Daarom kan ik die stukken ook niet transponeren, zelfs niet een octaaf lager instuderen, want je hebt ook een fysiek geheugen op toonhoogte. Zelfs als ik aan de muziek denk – in de trein, het vliegtuig of waar dan ook - moet ik dat op de juiste toonhoogte doen, daarom heb ik ook altijd een stemvork bij me.
Het is dat fysieke geheugen, het lichamelijk herinneren, dat emoties oproept. Als een noot echt zijn plaats heeft gevonden, ergens in je lijf, is dat een dramatisch gegeven. Met Pli selon pli ben ik nu keihard aan het werk, zonder waardeoordeel. En bij de uitvoering moet ik ervan uitgaan dat mijn stem is wat ie is, mijn stem ben ik. Ik ben mijn hele leven bezig geweest die stem te ontwikkelen, ik ben nu klaar om dit stuk te zingen, ik hoef het niet mooier te maken dan het is.
Deze muziek moet gezongen worden zoals hij geschreven is. De vraag is: heb ik affiniteit met het stuk? En is die groot genoeg om het te vertolken op een manier die het recht doet. Die affiniteit groeit nu. Als ik het stuk goed beheers, zal ik contact opnemen met Boulez. Misschien dat er dan nog een diepere laag aangeboord kan worden – het werken met Dutilleux heeft me destijds enorm geholpen.’
De ontdekking
Hoe begin je aan zo’n lastige partituur? ‘Ik zie de muziek en dan ga ik eerst even zachtjes huilen.’ Barbara zegt het lachend, maar er is wel degelijk wanhoop bij die eerste aanblik. Doorzetter als zij is, gaat ze dan met grote ervaring en intelligentie de weerbarstige materie te lijf. ‘ Eerst probeer ik een overzicht te krijgen van elk deel en dan ga ik heel technisch te werk. Reinbert heeft me geleerd om van een moeilijk stuk eerst het eind te leren, zodat je toewerkt naar iets wat je al kent. Dat geeft een goed gevoel.
Helaas heb ik geen absoluut gehoor, dus vanwege die onmisbare juiste ligging controleer ik alle noten bij de piano. Langzamerhand wordt het je duidelijk wat de centrale noten zijn waar het in elk deel om draait, en dat die een soort melodie vormen. Beetje voor beetje ont-dek je de muziek, tot het natuurlijk voelt. En dat is toch wat wij willen: dat het publiek de muziek als natuurlijk ervaart, hoeveel uren ik er ook op heb zitten zwoegen.
Ik heb heel veel moderne muziek gezongen, maar dit vind ik moeilijker dan bijvoorbeeld Ligeti’s Mysteries, terwijl ik nu waarschijnlijk een beter musicus ben en een geoefender oor heb dan ik dat vijf jaar geleden studeerde.
Soms heb je steun aan het orkest, maar vaak heb je je eigen weg te gaan. Ook de tekst helpt niet echt: de gedichten zijn niet of nauwelijks verstaanbaar, Boulez’ interpretatie is heel holistisch. Bovendien zit de tekst vol onomatopeeën, het gaat over de klank van woorden, en als Boulez zich daarover ontfermt krijgt die klank een nog heftiger betekenis. Ik heb wel een associatie met kleur: ik denk aan lichtblauwe zijde, de zachtheid daarvan, en hoe die stof zich plooit als een lint.’
Van jongs af aan heeft Hannigan klassiek en modern repertoire naast elkaar gezongen. Ze was negentien toen ze in Toronto haar eerste engagement kreeg, in een nieuw stuk waarin een hoge fis was voorgeschreven die niemand kon zingen. ‘Ik begreep niet dat het misschien moeilijk was’, herinnert zij zich, ‘pas als iemand dat tegen je zegt, word je zenuwachtig.
Het ontbreken van een bepaalde traditie geeft je een zekere vrijheid. En om eerlijk te zijn: ik vond destijds niet dat ik een heel mooie stem had, een aardige stem ja, maar met beperkingen. Bovendien was ik heel nerveus. In het eigentijds repertoire voelde ik me zekerder omdat ik iets kon wat anderen niet konden. Daardoor was ik minder zenuwachtig en zong dus beter.
Langzamerhand ben ik gaan geloven in mijn stem, die gelukkig altijd doet wat ik wil. En nu weet ik dat een interpretatie goed is als je in staat bent alle technische middelen in te zetten om de muziek vrij te laten klinken.’
Door Henriëtte Posthuma de Boer
Preludium juni 2007