'Ik ging slapen met de partituur op bed' 

Coloratuursopraan Barbara Hannigan is de muze van vele componisten: voor haar lijken geen technische beperkingen te bestaan. Zaterdag zingt ze in het Concertgebouw een topstuk in het genre: Ligeti’s Mysteries of the Macabre. ‘Thuis draaiden we vroeger John Denver.’

Wie de Canadese sopraan Barbara Hannigan ooit aan het werk heeft gezien in Michel van der Aa’s kameropera One, in Louis Andriessens opera Writing to Vermeer of in György Ligeti’s absurd-hilarische, waanzinnige spektakelstuk Mysteries of the Macabre, kan slechts door één gedachte zijn bevangen: hoe is het in vredesnaam mogelijk dat een vrouw van vlees en bloed dít kan zingen?

‘Deze zangkunst is als een extreme vorm van sport,’ schreef de recensent van de New York Sun vorig jaar na een concert met de Chamber Music Society of Lincoln Center onder leiding van Reinbert de Leeuw, toen Hannigan als ‘ Chef der Gepopo’ (de Geheime Politieke Politie in Ligeti’s opera Le grand Macabre) haar angstaanjagende opwachting maakte op naaldhakken, met visnetkousen en een leren regenjas aan en een zwarte pruik op het hoofd.

‘Nog angstaanjagender was het onwaarschijnlijke gemak waarmee ze de hysterische coloratuurpartijen gestalte gaf,’ noteerde de criticus van The New York Times. We hadden niet eens New Yorkse kranten hoeven te citeren, want zelf schreven we ook al zoiets, na concerten van Hannigan in Amsterdam. Met name haar aandeel in het operaatje One (2003) bracht de superlatievenmachine op stoom. Wat componist Michel van der Aa van haar vroeg en wat de zangeres volledig overtuigend leverde, grensde aan het onmogelijke.

“Ja, ” zegt Hannigan in een café vlak bij haar Amsterdamse woning, “One was technisch gezien mijn doorbraakstuk. Maar Michel en ik zijn wel door de hel gegaan om het voor elkaar te krijgen. Ik zong dat stuk met een clicktrack op mijn oren, tik-tik-tik-tik, zodat ik ritmisch houvast had met de soundtrack en de video, maar tijdens de generale kwamen de tikken opeens een kwarttel later dan ik gewend was. Toen heb ik ook op de première ter plekke alles moeten aanpassen. Dat was verschrikkelijk! ”

“En toen begon het publiek na afloop ook nog heel aarzelend te klappen. Michel en ik keken elkaar aan; we were in a complete state of shock na al die repetities. We hadden geen idee hoe het was overgekomen. Nu One inmiddels de wereld is overgegaan, weet ik dat het publiek altijd eerst aarzelend reageert, omdat het zoveel teweegbrengt. Pas als we op de bühne terugkeren, worden ze enthousiast.”
Van der Aa combineert in One de stem van de levende Barbara Hannigan met stemmen van Barbara Hannigan op tape. Die partijen op tape liggen muurvast, dus de levende Hannigan, die een griezelig virtuoze partij moet zingen, heeft geen enkele marge voor fouten.

Hannigan: “Die mechanische precisie is precies wat Michel wilde. Ken je Star Trek: the next generation? Er is een episode waarin captain Picard wordt gekidnapt door de Borg – mensen die in machines veranderd zijn. Michel noemde mij de Borg, haha. Ik lag te slapen met de partituur op m’n bed. En als ik wakker werd, midden in de nacht desnoods, studeerde ik weer verder, zo beperkt was de tijd.”

Met One bevestigde Hannigan haar reputatie als coloratuursopraan voor wie het woord ‘ onmogelijk’ geen inhoud heeft, een ontwikkeling die al was begonnen met haar waanzinnige vertolkingen van Ligeti’s Mysteries of the Macabre.

Dat sprak veel componisten tot de verbeelding. Ze werd de muze van componisten als Louis Andriessen, die voor haar de partij van Saskia de Vries schreef in zijn opera Writing to Vermeer, Jan van de Putte, die haar in zijn opera Wet snow als jonge prostituee opvoerde, Richard Ayres, die opera voor haar gaat maken waarin ze ook zal jodelen (‘ ik hou van jodelen, it’s really cool’), en Van der Aa dus, die ook nog de trilogie Here voor haar componeerde.

In het buitenland is ze de grote inspiratiebron van de geweldige Ier Gerald Barry (‘ Jij bent mijn kop koffie in de ochtend. Jij zorgt ervoor dat ik aan het werk ga’), en de lijst is moeiteloos uit te breiden. Luca Francesconi, Pascal Dusapin, Fabio Nieder – allen klinkende namen in de eigentijdse klassieke muziek – gaan voor haar aan de slag.

Zelfs de grote oude Franse meester Henri Dutilleux (bijna 91) raakte zo gecharmeerd van haar stem dat hij Hannigan verkoos om in zijn woonplaats Parijs de première te zingen van zijn orkestliederencyclus Correspondances.

“Dutilleux schreef Correspondances voor Dawn Upshaw, maar zij werd kort na de première ziek. Ik heb toen bijna alle Europese uitvoeringen overgenomen. De Amsterdamse première, de Parijse première, de BBC Proms. Het is een prachtig stuk. Het stuk ligt voor mij erg laag, behalve het laatste deel, en de orkestratie is nogal vol, dus ik moest echt kracht opbouwen in de laagte.”

“Dutilleux is van dezelfde generatie als Ligeti en Stockhausen, met wie ik ook heb gewerkt, maar ze zijn alledrie toch erg verschillend. Stockhausen is ongelooflijk specifiek en zijn partituren zijn erg controlling.” Ze lacht om haar eigen understatement. “Dutilleux wil vaak een mooi, vol vibrato. Hij streeft een lyriek na waarvan je niet op de hoogte bent, omdat er verder van hem geen vocale muziek bestaat. Dus als je wilt weten hoe hij het wil, moet je naar hem toe. Hij komt steeds luisteren als ik het uitvoer. Toen ik het de afgelopen zomer met the Berlin Phil zong (de Berliner Philharmoniker, ev) was hij erbij. Het is prachtig hem gelukkig te zien.”

Toch is er één stuk waarmee Barbara Hannigan een extra bijzondere relatie heeft: Mysteries of the Macabre van Ligeti. Ze gaat het zaterdag zingen in het Concertgebouw en wij verheugen ons erop. “Alle grote stukken veranderen je als persoon, je perspectief, maar ook de manier waarop je zingt. Ze maken een betere zanger van je, ” zegt Hannigan met stralende ogen. En geen stuk heeft dat zo bewerkstelligd als Mysteries of the Macabre.

“Ik weet nog dat ik de partij van Mysteries bij het postkantoor ging afhalen en ermee door de straten van Toronto liep, al lezend, en dacht: dit is mijn stuk. Dit is voor míj geschreven. It saved me. Ligeti is ontzettend belangrijk voor me. Zijn muziek gaf me de gelegenheid te uiten wat ik móest uiten, maar waarvoor ik nog geen manier had gevonden. Vocaal gezien is het alsof hij mij kende, of hij wist wat ik kon, zonder dat ik dat zelf wist.”

‘Ligeti schreef met Mysteries een stuk waarin ik voor de eerste keer écht mezelf kon zijn, en dan heb ik het niet over het rare kostuum dat ik moet dragen, hahaha. Daarvoor ben ik door componisten vaak als een instrument gebruikt, omdat ze mijn pure, heldere klank zo mooi vonden. The angelic blah blah, weet je wel. Maar Ligeti haalde alles uit me wat in me zat. Het is een horrible, wonderful gevoel om Mysteries te zingen, doordat alle extremen worden afgetast. God, ik praat over het stuk alsof ik er verliefd op ben. En misschien ben ik dat ook wel. Ligeti heeft nooit een stuk voor me geschreven, maar toch is dit more me dan al het andere.”

Het is lastig voor te stellen dat een zangeres die met zoveel gemak de allermoeilijkste dingen zingt, en daarmee ook nog de luisteraar kan laten lachen of huilen of iets daar tussenin, als kind gewoon lekker naar The Carpenters luisterde. "Dat waren nou eenmaal de platen die thuis in de kast stonden," zegt Hannigan. Thuis was het dorp Waverley, veertig minuten rijden vanaf Halifax, de hoofdstad van de provincie Nova Scotia (ongeveer net zo groot als Nederland) aan de oostkant van Canada.

"Vijfhonderd mensen. Maar zoals altijd in een dorp was er een goede leraar en gelukkig voor ons was dat de muziekleraar, Miss McEwan. Iedereen met het kleinste spoortje talent werd door haar geinspireerd. Als gevolg daarvan zijn veel mensen uit mijn straat, nou ja, eerder een dirtroad, in de kunstwereld beland. In Waverley luisterde mijn familie naar The Carpenters, het Mormon Tabernacle Choir en John Denver. We hadden zelfs twee songbooks van John Denver. Ik vind zijn nummers nog steeds leuk. Meer was er niet. Ik wist niet eens wie Mahler was. Daar kwam ik pas op mijn achttiende achter." Ze lacht licht gegeneerd.

"Ik studeerde piano en hobo, wist wel van klassieke muziek, was er dagelijks mee bezig, maar een symfonie van Mahler had ik nog nooit gehoord. Er was in Nova Scotia een symfonieorkest. Dat ging altijd failliet. En als het niet failliet ging, speelde het Beethoven of de Messiah van Haendel. Mijn favoriete onderdeel van de concerten was trouwens het begin, als iedereen opstond om God save the queen te zingen, met orkestbegeleiding!" Toen ze op haar zeventiende naar Toronto verhuisde, ging het snel. Op de universiteit ontwikkelde ze een levendige belangstelling voor eigentijdse muziek. "Ik raakte enorm geinspireerd door componisten als Claude Vivier. Veel mijn docenten daar waren componisten, er was geen ontsnappen aan. En op mijn achttiende wist ik opeens wat ik met mijn leven wilde: eigentijdse muziek zingen en nieuwe stukken in premiere brengen."

Na haar studie in Toronto, een specialisatie in twintigste-eeuwse opera en zang in het Banff Centre, vertrok ze naar de Guildhall School of Music and Drama in Londen. "Daar heb ik naast zang ook lessen compositie gevolgd. Niet omdat ik zelf componist wilde worden, maar omdat ik wilde begrijpen hoe het ongeveer werkt. Mijn docent, Malcolm Singer, was leerling geweest van zowel Ligeti als de grote Nadia Boulanger. Wat een combinatie!" "Maar in Londen voelde ik me geisoleerd. Ik vertrok naar Den Haag, op advies van een docente die zowel in Londen als op het Koninklijk Conservatorium lesgaf. In Den Haag heb ik een jaar bij Meinard Kraak gestudeerd en zong ik de titelrol in Het sluwe vosje van Janacek. Ik ga nog steeds voor lessen naar hem toe. Hij is een geweldige pedagoog."

In Nederland vertelde ze aanvankelijk aan niemand dat ze ook eigentijds repertoire zong, want ze wilde opera leren zingen. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon en in Den Haag, waar zowel Louis Andriessen als Reinbert de Leeuw les gaf, was er ook geen ontkomen aan. "Dus toen het Asko/Schoenberg Ensemble me belde met de vraag of ik mee wilde doen aan een programma van Oliver Knussen, Hoe zingt Pooh?, deed ik mee. Dat was een dynamische periode. Ik was een spons die alles opzoog. Ik heb van het Asko/Schoenberg Ensemble, maar ook van het Ives Ensemble, ontzettend veel geleerd." "En ik hoop dat dat nog lang zo zal blijven. Reinbert is een belangrijke mentor en een grote bron van inspiratie voor me."

Naast nieuwe muziek zingt ze ook oudere muziek, van Bach tot en met Mozart. Is er naar haar idee technisch verschil in tussen Bach en Andriessen? "Er is geen verschil," zegt Hannigan gedecideerd. "Voor mij niet. Er zijn in barokmuziek natuurlijk stilistische regels, maar die heb je in de muziek van Louis net zo goed." "Bovendien zing ik alles altijd vanuit mijn perspectief. Als ik niet zing als mezelf, is het noch voor mij noch voor jou interessant. Je hebt ze wel, lege sopranen die alleen klank voortbrengen, maar voor mij is zingen een intellectuele, emotionele en sensuele bezigheid die inzet vraagt van je volledige techniek en je persoonlijkheid."

Welke rollen zou Barbara Hannigan nog graag zingen? "Bovenaan mijn lijst staan Melisande, Lulu, Sophie van Der Rosenkavalier en de stem in Neither van Morton Feldman. En ik hoop dat Correspondances in het gevestigde repertoire komt. Ik heb het met verschillende orkesten uitgevoerd, waaronder de Berliner Philharmoniker met Rattle, maar ze doen het allemaal maar een keer." "Ik zing het stuk zo vaak als ik kan en het publiek reageert er altijd erg goed op. Dus ik heb goede hoop." Asko Ensemble, Schoenberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw. M.m.v. Barbara Hannigan (sopraan). Werken van Ligeti. Zaterdag 14.15 uur in het Concertgebouw.


Barry's bizarre solo-opera

De Ierse componist Gerald Barry is 'een ongecontroleerde versie van Ligeti', zegt Hannigan lachend. "Fantastische componist. Hij schreef een opera, The bitter tears of Petra von Kant, op een toneelstuk en een film van Fassbinder. De opera was te zien bij de English National Opera, in een regie van Richard Jones. Wat een wonderbaarlijke ervaring was dat! "Hij schreef voor mij een partij waarvoor hij het orkest steeds stillegt als ik moet zingen. Kun je dat? Kun je toon houden zonder begeleiding? vroeg hij me. Tuurlijk, zei ik. Geen probleem. Jammer dat weinigen in Nederland het stuk hebben gezien."

"Hij moest nu een altvioolconcert schrijven voor het Presences Festival in Parijs. Hij belde." Met komisch effect imiteert ze de supersnel pratende Barry met zijn Ierse accent: "'Barbara, ik moet een altvioolconcert schrijven, maar dat wil ik niet. Ik wil liever een solo-opera voor je schrijven. Op een toneelstuk van Strindberg. Do you mind?' Natuurlijk niet! The stronger, in het Frans La plus forte. De premiere is 9 februari in Parijs, met het City of Birmingham Orchestra onder Thomas Ades."

'Toen ik de opera kreeg toegestuurd, viel ik bijna achterover. Op de eerste pagina: geen orkest. Op de tweede, nog steeds geen orkest. Pas op pagina vier komt dat erbij! Ik begin met een lange, onbegeleide opening, waarmee hij zijn idee uit Petra von Kant tot het extreme voert. Ik kom op kerstavond een cafe binnen en praat met een vrouw, die, naar later blijkt, de maitresse van mijn man is geweest, en daar kom ik dan als sterkste uit."

"Het bereik van de rol is stratosferisch. Omvangrijker nog dan Mysteries of the Macabre. Het wereldrecord is Schoenbergs Herzgewaechse, van een hoge f, net zo hoog als Mozarts Koningin van de Nacht, tot een lage gis, maar dat stuk duurt maar drie minuten. Barry gaat tot es in de hoogte en tot een g in de laagte. Maar zijn opera duurt dertig minuten! Hij heeft zich echt uitgeleefd. Ik vind zijn muziek heerlijk, snel en woest, op de grens van het mogelijke."

Erik Voermans
© 2007 Het Parool  
19 januari 2007